Nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters uit ‘donker Afrika’?!

nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters Zij hebben niet zo’n knuffelstatus als de teddybeer, die zijn naam te danken heeft aan Theodore Roosevelt, de Amerikaanse president die door vrienden liefkozend Teddy genoemd werd, omdat hij in 1902 tijdens een berenjacht weigerde een pasgeboren berenwelp te doden. 

De titel nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters heeft oude papieren. In het Bijbelboek Job worden zij als Behemoth en Leviathan ten tonele gevoerd. William Blake voorzag het verhaal in 1825 van een illustratie waarin de dieren als respectievelijk land- en zeemonster worden afgebeeld. Ze staan symbool voor angst en het onvermogen daarmee om te gaan. Wie kan oog in oog met de Behemoth staan en een ring door zijn neus halen? Kun jij met een vishaak de Leviathan op de kant trekken en zijn tong met een touw beteugelen? staat er in het boek Job. In het oude Egypte werden deze dieren ten tijde van de farao’s nog gebalsemd vanwege hun goddelijkheid. Zij ontleenden die status aan hun vermogen dat zij, anders dan menselijke stervelingen, zowel in het water als op het land konden leven. Vooral het feit dat zowel nijlpaarden als krokodillen zo maar uit diepe, donkere wateren op konden duiken en daarbij met hun gruwelijke bek vol gevaarlijke tanden ieder levend wezen naar de bodem konden sleuren, zal ongetwijfeld bijgedragen hebben aan hun bovennatuurlijke en on(der)aardse status. Zowel de krokodil die gecamoufleerd als een levenloze boomstam op de waterspiegel drijft als het nijlpaard dat alleen zichtbaar is aan haar twee ogen, haar snuivende neusgaten en twee kleine oortjes, hebben geen vertederend imago. Hoewel de moderne zoölogie beide dieren van hun mythologische proporties ontdaan heeft, erg aaibaar en populair als knuffeldieren zijn ze nog steeds niet. 

Nijlpaarden

nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters

foto: deur Joaquim Alves Gaspar – Eie werk

Ze zien er altijd een beetje koddig uit, die nijlpaarden, die zo vadsig en zelfgenoegzaam rondwentelen in de wateren van Afrika ten zuiden van de evenaar. Overal waar voldoende water is om te baden en gras om van te grazen, kan een nijlpaard leven. Tot voor kort konden ze zelfs via de Nijl tot aan de Middellandse zee voorkomen. Maar dat traject is door de bouw van de Aswandam, die op 21 juli in 1970 werd voltooid, afgesloten.  De huidige naam nijlpaard klopt dus eigenlijk niet meer sinds het in zijn verspreidingsgebied beknot is door de aanleg van de Aswandam. Die naam van ‘seekoei’ was reeds by die Nederlandse volksplanting in Suid-Afrika deel van die Koloniaal-Nederlandse taalskat, soos opgeneem in de daghregister van Jan van Riebeeck in 1652. Rivierpaard of seekoei? Het dier is koe noch paard, al zijn het toepasselijke namen geworden nu het niet meer in de levensader van Egypte rond kan wandelen. Zwemmen kunnen nijlpaarden namelijk niet meer wanneer ze baby-af zijn, daarvoor zijn ze te massief en te log. Ze bewegen zich al zweef-wandelend voort over de bodem van meren en rivieren.  Qua afmeting behoren zij tot de grootste landzoogdieren. Volwassen vrouwtjes kunnen 2.500 kilo wegen en mannetjes halen wel 3.000 kilogram. Alleen olifanten en sommige neushoornsoorten zijn groter. Er bestaat een tweede soort, het dwergnijlpaard dat voorheen wel piegme-seekoei werd genoemd. Het lijkt veel op een jong van het gewone nijlpaard, maar is een ander soort. Het dwergnijlpaard staat op de rode lijst van IUNC als bedreigd geregistreerd, terwijl de grote variant als kwetsbaar genoteerd staat. 

Dwergnijlpaarden

nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters Waar de kleine dwergnijlpaardjes over het algemeen wel populair zijn bij het dierentuinpubliek, zijn de grotere familieleden niet bepaald knuffeldieren. Hun kolossale kale lijf is nagenoeg kaal en heeft geen hoog aaibaarheidsgehalte. Ze zijn te groot en vallen niet op door een grappige en speelse motoriek. Ze lijken sloom en traag, maar op de oever kunnen ze een snelheid van 30 kilometer per uur bereiken en zijn ze verrassend wendbaar. Hun enorme imponerende muil, die ze flink open kunnen zetten, roept eerder vrees dan sympathie op.  Ze zijn veel vervaarlijker dan ze doen vermoeden. Een volwassen mannetje kan een krokodil van drie meter doormidden bijten. Ze zijn erg gesteld op hun privacy en territoriale rust en gooien gerust een (kleine) boot om als die binnen hun privédomein voorbij vaart. Dat betekent ook dat ze vrij gemakkelijk achter hekken gehouden kunnen worden. Wanneer ze schade berokkenen aan de landbouwgewassen van lokale boeren, gebeurt dat ook. Ze zijn erg in trek vanwege hun vlees. 

Sociale intelligentie en broedzorg

nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters Nijlpaarden begeven zich in Afrika gewoon op de openbare weg en houden zich, net als andere dieren, niet aan de verkeersregels. In Zuid-Afrika kom je regelmatig borden tegen die weggebruikers waarschuwen voor hun onverwachte optreden. Net zoals er in ons land borden staan met herten en  tegenwoordig ook met dassen en wilde zwijnen met de tekst: Wij steken zomaar over. Uit het verhaal van nijlpaard Africa uit Kameroen blijkt hoe dicht ze soms bij de bewoonde wereld komen. En dat ze zelfs in uitzonderlijke situaties banden aan kunnen gaan met plaatselijke bewoners. Van huisdieren is dat wel bekend. Bij nijlpaard Afrika is het duidelijk dat ook wildlife de sociale vaardigheid kan ontwikkelen om met mensen een wederkerige band op te bouwen. De sociale intelligentie van dieren en van wildlife in het bijzonder wordt vaak onderschat. Onbekend maakt onbemind is een tegeltjeswijsheid die niet altijd recht doet aan bijzondere omstandigheden. Iedere rechtgeaarde dierenliefhebber zal daarvan kunnen getuigen. Het buitengewone ‘bondgenootschap’ tussen en Africa en Souaïbou in Kameroen, is er een treffend voorbeeld van. Dat ook broedzorg bij alle zoogdieren ingebakken is, is wel algemeen bekend. Het is een voorwaarde voor het voortbestaan van de soort. Onder koudbloedige dieren is die broedzorg minder. Krokodillen zijn echter wel een stapje verder in hun sociale ontwikkeling dan over het algemeen wordt verondersteld. Deze opportunistische jagers broeden de eieren niet uit, maar blijven wel een aantal weken in de buurt om ze te beschermen. Pasgeboren krokodillen maken een kuikenachtig piepgeluid, wat dan door de moeder, die meestal in de buurt is gebleven, wordt gehoord. Het vrouwtje draagt ze in haar bek naar het water. Zelfs gepantserde veelvraten als krokodillen beschermen hun pasgeboren jongen dus op een welhaast vertederende wijze. Ook nijlpaarden hebben voor hun eigen nakomelingen een goed ontwikkeld instinct om hun koters groot te brengen. 

opzienbarend nijlpaard gedrag

Steeds weer worden er op gebied van ethologie, een tak van de zoölogie die diergedrag bestudeert, nieuwe ontdekkingen gedaan. National Geografic meldde onlangs zo’n opzienbarende ontdekking.

KIJK NAAR DE EERSTE OFFICIËLE VIDEO VAN NIJLPAARDEN DIE MOGELIJK ROUWEN

 

 

Een biologe was onlangs in het Chobe National Park in Botswana ooggetuige van het tafereel dat zich in het voorgaande filmpje afspeelt. In een meertje dreef een kadaver van een nijlpaardenjong. De vermoedelijke moeder zwom er omzichtig om heen. Het onrustige vrouwtje probeerde elf uur lang het kadaver boven water te houden en beschermde het tegen krokodillen. Het is de eerste officieel gepubliceerde waarneming die mogelijke rouw bij nijlpaarden registreert. De zorg voor zieke of dode soortgenoten wordt in de Engelse literatuur ‘epimeletic‘ gedrag genoemd. Dit gedrag wordt waargenomen bij onder meer verschillende apensoorten, olifanten en orka’s. Andere mogelijke verklaringen voor dit gedrag zijn bescherming van het stoffelijk overschot of gewoon nieuwsgierigheid naar de ‘vreemde’ situatie. Overigens sluiten beide verklaringen niet uit, dat nijlpaarden op een bepaalde manier lijken te rouwen om afscheid te nemen. 

Nijlpaarden zijn erg op hun privacy gesteld en worden agressief  wanneer je binnen hun territoriale cirkel komt. In de kudde zijn het dikbuikige lobbesen. De band tussen ouder en jong is sterk. En solitair kunnen ze zich aan een vertrouweling hechten. Het imago dat ‘nijlpaarden en krokodillen mythologische monsters’ zouden zijn en alleen maar angst zouden inboezemen, behoeft dus ondertussen wel enige nuancering. Wat niet bekend is maakt angstig. Wat niet weet, dat deert, om een oude bekende tegeltjeswijsheid maar eens nieuw leven in te blazen in deze onzekere coronatijd.