Al weer ruim een maand zijn we terug en inmiddels veilig ‘geland’ in het Hollandse. Aanvankelijk dacht ik dat de bezoeken aan onze blog wel voorbij zouden zijn aan het eind van onze reis. Niets is minder waar. Waren er eind januari nog ongeveer 5.000 ‘hits’, nu zijn we de 6.000 ruim gepasseerd. Iets waar zelfs de Beatles jaloers op zouden zijn – hoewel zij het dan over een ander type ‘hits’ hebben. Het blijkt dat er dus nog steeds dagelijks naar gekeken wordt. Dat is erg leuk om te constateren. Ook de filmpjes op YouTube – ondertussen 36 uploads – worden veelvuldig bekeken. Reden genoeg dus om door te gaan met wildlife-reisverhalen en verhalen over Afrika. Deze keer over ‘nijlpaard Africa’ een bijzonder verhaal over een nijlpaard in Kameroen. Eerst iets over nijlpaarden in het algemeen.

Het zijn koddige dieren, nijlpaarden, ze lijken niets anders te doen dan een beetje in het warme water van zon overgoten Afrikaanse rivieren en meren te dobberen. Lui en een beetje vadsig komen ze nu en dan aan de kant om te grazen en als het te warm wordt glijden ze weer soepeltjes in de jacuzzi om verder te badderen, want de nijlpaardenhuid droogt gemakkelijk uit. Het dagprogramma bestaat voornamelijk uit rondhangen in de plas, waarbij het opensperren van hun imposante muil om te gapen, zo ongeveer hun voornaamste activiteit is.’s Avonds wordt er aan de kant gegeten om vervolgens weer verder te dobberen in het water. Het nijlpaarden-onderlijf is volledig aangepast aan het onder-waterleven.

Alle zintuigen, die nodig zijn om te overleven zitten op zijn kop. - SX30 Kruger 15 jan. 2011 106Alle zintuigen, die nodig zijn om te overleven zitten op zijn kop. Hij ademt, hoort en ziet boven de waterspiegel, maar kan ook makkelijk vijf minuten onder water, zonder in ademnood te komen. Zwemkampioenen zijn het desondanks niet. Half zwevend ‘lopen’ ze, soms flinke afstanden, over de bodem van water met een diepte van ongeveer 1,5 meter. Daar heeft het dier ongetwijfeld zijn bijnaam ‘zoetwaterboei’ aan te danken. Niet echt het gedrag wat je verwacht bij een enigszins macho-achtige benaming als: rivierpaard of hippopotamus, zoals die door de oude Grieken genoemd is. Toch, schijn bedriegt. Nijlpaarden zijn gevaarlijker dan ze eruit zien. Het is in Zuid-Afrika zelfs, na de malariamug, het dier dat de meeste menselijke slachtoffers eist. Het is vooral onverstandig tussen een nijlpaard op de oever en het water te komen. Het dier voelt zich dan afgesneden en valt aan. Ook is het gevaarlijk met een klein bootje tussen nijlpaarden door te varen. Zij gooien soms de boot om en takelen mensen dan akelig toe met hun tanden. Een volwassen mannetje kan een drie meter lange krokodil in tweeën bijten. De dieren lijken sloom en traag, maar aan land zijn ze uiterst wendbaar en kunnen een snelheid tot 30 kilometer per uur halen.

Ondanks dat nijlpaarden de naam hebben erg lui te zijn, hebben ze een voorbeeldig zorggedrag voor de kleine nijlpaardjes. De band tussen moeder en jong is zeer hecht. De moeder likt het jong teder en met haar grote snijtanden krabt ze het voorzichtig. Ze is erg beschermend naar haar jong, andere nijlpaarden worden op afstand gehouden. Na enkele maanden worden jonge kalfjes in een soort van crèche worden achtergelaten, waarbij enkele nijlpaarden op de hele groep passen terwijl de moeders even weg zijn.

Nijlpaarden kwamen tot in de 18e eeuw voor tot in Noord-Afrika. Met de aanleg van de eerste Low-Dam ter hoogte van de 1ste stroomversnelling in de Nijl bij Aswan, Egypte, op rond 1902 voltooid was, nam het aantal krokodillen en nijlpaarden drastisch af. Bij de realisatie van de High Dam eind jaren -40 van de vorige eeuw, zo’n 6 kilometer verder stroomopwaarts bij Aswan, was er helemaal geen doorkomen meer aan voor de dieren. Voor familie Krok en familie Hippo zat er niets anders op dan zich verder op te houden in de zuidelijker regionen van Afrika. Sinds mei 2006 staat het nijlpaard op de IUCN Rode Lijst als een kwetsbare soort. De jacht op het dier voor vlees en ivoor en verlies aan leefruimte hebben het aantal nijlpaarden doen afnemen. Vooral in gebieden die politiek instabiel zijn, is het aantal nijlpaarden drastisch gedaald. In Congo-Kinshasa is bijvoorbeeld het aantal nijlpaarden in de periode 2000-2007 met circa 95% gedaald.

Er gaat een Afrikaanse legende over waarom het nijlpaard geen haar heeft: “Lang geleden zou het dier prachtig haar hebben gehad. Het was hier zo trots op, dat het ging opscheppen tegen de haas, en vertelde de haas dat die maar lelijk haar had. De haas werd kwaad, en stak terwijl het nijlpaard lag te slapen zijn haar in brand. Sindsdien is het nijlpaard kaal, en het schaamt zich nu zo voor zijn lijf, dat het onder water is gaan leven.”

Dat is een, weliswaar grappige, legende om de vragen van nieuwsgierige Afrikaanse kindertjes te kunnen beantwoorden, maar het volgende ongelofelijk wonderlijke krantenbericht ( wat ik enkele jaren geleden tegenkwam ) over nijlpaard Africa berust op waarheid – getuige deze foto.

varen op nijlpaard Africa in Kameroen

De bijbehorende tekst van Frans van der Helm luidt als volgt:

Wel eens gevaren op een nijlpaard? Van dichtbij bekeken hoe groot die is en hoe klein de oortjes zijn? De kinderen op deze foto uit Kameroen doen het heel vaak. Het is te danken aan Africa en haar makkelijke karakter. Africa is een flink nijlpaard, wel twee ton zwaar. Maar ze begon natuurlijk als een heel klein nijlpaardje. Zij werd gevonden door een jonge man, Souaïbou. Die kwam zich op een ochtend wassen aan de rivier en zag toen op een eilandje een donker hoopje ellende liggen. Het was een verlaten al half verhongerd nijlpaardjong. De moeder was waarschijnlijk door stropers doodgemaakt.
Het nijlpaardje wilde eerst niets van hem weten, maar Souaïbou heeft het vertrouwen gewonnen met veel geduld en veel voedsel. Nu, ruim zes jaar later, zijn ze nog steeds de beste maatjes. Souaïbou komt Africa nog steeds twee keer per dag voeren bij de rivier en kan haast alles met haar doen. Hij noemt haar zijn grote vriendin. Soms spelen ze urenlang in het water. Dan slaat Souaïbou plagerig met zijn armen op het water en doet Africa alsof ze hem aanvalt. Ze duikt op hem af alsof ze hem een enorme kopstoot gaat geven – razendsnel, want in het water is een nijlpaard heel licht. Maar het is natuurlijk niet echt, en dat weet Souaïbou ook wel. Het gaat altijd goed.
Als ze uitgespeeld zijn gaat Souaïbou lekker languit op haar rug liggen ronddobberen, zijn kleine mensenhoofd bij het grote nijlpaardhoofd. En dan zegt hij aardige woorden in haar kleine oren, die dan nieuwsgierig naar achteren zijn gekanteld. Hij mag haar zelfs plagerig aan haar oortjes trekken, wat niemand anders mag. Zelfs de kinderen niet, die vaak een kleine rondvaart op haar rug mogen maken. Kijk maar naar die jongen rechts op de foto. Hij weet het, Africa vindt haast alles best maar van haar oren blijf je af. Gelijk heeft ze.
Verder is ze heel geduldig met kinderen die op haar varen, of haar als drijvende duikplank gebruiken. Soms heeft Africa genoeg van al dat gedoe aan haar kop. Dan duikt ze gewoon eventjes onder. En als ze er werkelijk genoeg van heeft, doet ze heel eventjes of ze aan gaat vallen. Dan springt of zwemt iedereen gillend alle kanten op, alsof Africa een gevaarlijk monster is. Lachend laten ze het vriendelijke nijlpaard dan met rust.
Maar haar beste vriend blijft toch Souaïbou. Wanneer hij niet komt opdagen bij de rivier, gaat ze naar hem op zoek. Dan loopt ze naar de stad vlakbij, waar hij woont. Garoua is een hele drukke Afrikaanse stad, vol auto’s en brommers die aan alle kanten van de weg rijden. Twee ton nijlpaard zorgt dan voor grote verkeersopstoppingen. Maar iedereen vindt het best, zelfs politieagenten staan lachend te kijken. Want dat is Africa, en iedereen kent haar. Ze hoort erbij.
Ik wou dat ik zo’n nijlpaard in de buurt had, in Rotterdam. Zo eentje waar je op kunt varen. Of dat je opeens midden in de stad tegenkomt, omdat het staat te wachten op een vriend. Want dat doet Africa. Dan staat ze bijvoorbeeld geduldig voor de bioscoop, waar ze ooit Souaïdou ooit uit zag komen. Lang hoeft ze niet te wachten, ook niet als hij niet eens in de bioscoop zit. Want mensen die het zien gaan hem natuurlijk even waarschuwen: ‘Souaïbou, er is een nijlpaard naar je op zoek.’
Het bijzondere nijlpaard is trouwens haar eigen soort niet vergeten. als er af en toe nog eens echt wilde nijlpaarden in de buurt zijn, gaat Africa daar gezellig bij rondzwemmen. Maar ze komt altijd terug, zoekend naar haar redder die haar nog steeds lekkere hapjes voorzet. Er komen veel mensen naar haar kijken, want een nijlpaard zie je niet zo vaak van heel dichtbij. Africa is een beroemd nijlpaard aan het worden. Het beroemdste van Kameroen.

De moraal van dit verhaal? Je kunt vrienden worden met ongetemde wilde dieren, Nijpaarden, gevaarlijk en agressief of sociaal en gezellig? Is dat een kwestie van aanleg of opvoeding? Africa zelf is in ieder geval intelligent genoeg om zich van deze discussie niets aan te trekken!