Egypte 2016-12-21T09:21:12+00:00

kaart van Egypte

kaart_egypte

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

desert trip van Cairo naar Luxor

Op 14 januari 2012 landen Thomas en ik op de International Airport van Cairo voor een 14-daagse reis door Egypte. Juist in de periode dat Marjo met zijn reisgenoten voor 6 weken in het Krugerpark van Zuid Afrika zit. We reizen dus tegelijkertijd op hetzelfde continent. Ik heb me voorgenomen om tijdens onze Egypte reis de Kruger-blog bij te houden. Dat lukt redelijk tot nu, maar dat is afhankelijk van de informatie die ik door krijg en tevens van de communicatie mogelijkheden.

Deze blogaflevering – juist ook omdat we ons in Afrika bevinden, hetzelfde werelddeel als waar Marjo zich nu bevindt – zal gaan over de Egyptereis van Thomas en mij. Zo kan ook het thuisfront enigszins meeleven. En om stijl te blijven begin ik met met een filmpje over waterbuffels in hun natuurlijke omgeving, wat gemaakt is tijdens een felucca-zeiltocht over de Nijl bij Luxor. Waterbuffels worden hier gamouza genoemd.

 

CAIRO

De eerste 4 nachten logeren Thomas en ik in het Mena House Hotel, een oud buitenverblijf uit de Engelse koloniale periode, wat op loopafstand ligt van de piramiden.

De Arabische naam van het leeuwen lichaam met het mensenhoofd is 'Abu El-Hol' dat betekent Vader de Verschrikkelijke.

De sfinx voor de pyramide van Cheops

De eerste dag steken we na een vorstelijk ontbijt de weg over en stappen we, alsof we een teletijd-machine betreden, 45 eeuwen terug in de tijd. We staan op de rand van de woestijn, de vlakte van de grote piramiden van Gizeh. Hier lijk de legendarische en imposante sfinx over nog steeds te waken om de graven van de farao’s te beschermen en de vijanden van de farao’s vrees en schrik aan  te jagen. De Arabische naam van het leeuwen lichaam met het mensenhoofd is ‘Abu El-Hol’ dat betekent Vader de Verschrikkelijke. Ook was de sfinx in oude tijden een “Wachter van de zon’ en werd hij op één lijn gezien met de hemelgod Horus, de farao en de zon zelf. Wat momenteel werkelijk uniek is dat we hier een van de weinige toeristen zijn. Voor de souvenir-venters, prularia-verkopers en de kameelritten-aanbieders en zijn wij zo’n beetje de voornaamste attractie en we ontkomen dan ook niet aan een horde van belagers. Het zijn de revolutie en de wilde taferelen op het Tahrir-plein in het centrum van Cairo, die verleden jaar wereldwijd rond deze tijd op de televisie te volgen waren, die daar debet aan zijn. Hoewel het merendeel van de Egyptenaren de revolutie een warm hart toedragen, lijden grote groepen mensen aan het wegblijven van de toeristen.

Op 25 januari – wij zullen op die dag in Luxor aankomen – wordt de eerste verjaardag van de revolutie gevierd. De slachtoffers van de revolutie worden martelaren genoemd. Zij zijn het ‘offer’- hoe archaïsch is dat!- van de gewelddagige botsingen tussen het inmiddels gevallen Moubarak regime en de vrijheidstrijders en worden met herdenkingen geëerd.

Tahrir plein

Later op de dag bezoeken we het centrum van Cairo en wanneer we aan het begin van de avond een thee-huis aan het Tahrir plein bezoeken wordt plotseling, terwijl wij niets vermoedend aan de mint-thee zitten, met veel geraas het ijzeren rolluik naar beneden gelaten. Er is buiten een opstootje, waarbij gevochten wordt. Lokaal is het is kennelijk geen ongewone actie, want de andere theehuis bezoekers roken onbekommerd verder hun sigaret en drinken hun thee of koffie. Wij zitten veilig opgesloten! ‘Niets aan de hand’, wordt ons geruststellend toevertrouwd. Wij zijn toch enigszins onder de indruk. Een half uurtje later blijkt de kust voldoende veilig om de bezoekers weer buiten  te laten. We worden vriendelijk geadviseerd rechts af te gaan om het opstootje te ontlopen. Er wordt ons in het oor gefluisterd dat deze relletjes niets met de revolutie te maken hebben. Mensen maken van de gelegenheid ge-/misbruik voor individueel en persoonlijk belang: ze willen een ijskast of een flat. Het kleine groepje Egyptenaren, die nu het Tahrir plein ‘bezetten’ en er in tenten de nacht doorbrengen spelen overdag kaart en drinken thee. Zij zouden zelfs daarvoor betaald worden om de ‘opstand’ in de spotlights te houden voor de internationale media. Het gaat hier om ‘poor people’ en niet om hard-core activisten, wordt ons verteld. We weten niet wie of wat we moeten geloven.

Op het podium van het Egyptische politieke toneel spelen zich momenteel duistere en ondoorzichtige taferelen af. Even later zitten we in een taxi, die zich met veel getoeter in de spagetti-achtig, krioelende file van het helse verkeer stort op weg naar het chique Mena House, 15 km verder. Een uur en drie kwartier later valt er een deken van weldadige rust over ons in aangename tuinen van het hotel. De volgende ochtend bewonderen we na het ontbijt de majesteitelijke Montgomery- en Churchill-suite van het Mena House Hotel, die voor zo’n 1.150 euro per nacht geboekt kan worden. Wij blijven eenvoudig en houden onze eigen kamer aan.

oud Cairo

In één dag ‘doen’ we verschillende high-lights van Cairo tegelijk: Khan-el-Khalili, de eeuwen oude soukh in oud Cairo Ook hier valt het op dat er nauwelijks toeristen rondstruinen. De schoenpoetsers ter plekke bieden zelfs aan om Thomas’ sportschoenen te poetsen. Daarna bezoeken we Islamic Cairo, een oud gedeelte van de stad, waar een groot gedeelte van de in totaal 20 miljoen inwoners van Cairo leeft.

Bab Zuweila is een indrukwekkende vesting-achtige toren in de oude stad met 2 hoge minaret torens. Bab Zuweila, is de laatst overgebleven poort van de drie belangrijkste toegangspoorten tot de stad uit de 11e eeuw.

Bab Zuweila, Old Cairo

Bab Zuweila is een indrukwekkende vesting-achtige toren in de oude stad met 2 hoge minaret torens. Bab Zuweila, is de laatst overgebleven poort van de drie belangrijkste toegangspoorten tot de stad uit de 11e eeuw. Het Arabische ‘bab‘ betekent ‘deur‘. Hier ontmoeten we – bij toeval – een gepensioneerde muezzin. Een muezzin is een oproeper tot het dagelijkse moslimgebed. Dagelijks beklimt hij 5 keer de minaret om de gelovigen eraan te herinneren dat zij zich in gebed tot Mekka dienen te richten. Hij biedt aan om ons een rondleiding door de oude buurt te geven. Tijdens die uitgebreide en ter zake deskundige privé-tour belanden we in een middel-eeuwse moskee, die onlangs door Unesco is geadopteerd. De moskee is nog niet gerestaureerd en ademt nog de bijzonder authentieke oud-islamistische sfeer van weleer. Alsof de Koran uitlegger en zijn leerlingen, die aan zijn voeten zijn colleges volgen, net even thee aan het drinken zijn. Prachtige helder gekleurde glas-in-lood ramen laten het felle zinlicht gefilterd de ruimte binnen stromen. De wanden worden gesierd met oude kalligrafische lettertekens.

Vanaf het dak krijgen we een panoramisch uit zicht op dit oude stadsdeel met de Citadel, die beeldbepalend op een hoogte boven de stad uittorent.

Uitzicht op de Citadel

Vanaf het dak krijgen we een panoramisch uit zicht op dit oude stadsdeel met de Citadel, die beeldbepalend op een hoogte boven de stad uittorent. De citadel dateert van de 12e eeuw. Zij doet tot op heden nog steeds dienst als gevangenis. Beneden ons bieden de ruïne-resten woningen een trieste aanblik. Dit is het gevolg van de aardbeving, die op 12 oktober 1992 de stad trof. Daarbij kwamen honderden bewoners van deze wijk om. Hun huizen zijn niet gerestaureerd.  De middel-eeuwse gebouwen zijn ongedeerd bleven. Dat zegt wel iets architectonische bouwtechnieken van weleer. De hedendaagse toepassingen daarvan vormen een schril contrast hiermee.

Aan het begin van de avond laten we ons naar het nabije Azhar Park rijden. We treden een oase van rust en verbluffende tuinarchitectuur binnen. Het erin gelegen restaurant Citadel View is een fantastische locatie om te eten met uitzicht op de feeëriek verlichte citadel, boven een metropool die – alleen al vanwege de constante herrie – nooit slaapt.

nieuw Cairo

Tijdens de laatste dag in Cairo bezoeken we het Egyptische Museum aan Tahrir Square. De urenlange rijen met wachtende toeristen zijn ook daar verdwenen. Hier liggen de schatten van de oudheid letterlijk als in een pakhuis opgestapeld, met als hoogtepunt het fabelachtige gouden masker van Tut Ankh Amun. Aan het begin van de avond wandelen langs de boulevard van de Nijl over de brug het eilandje El Gezira naar de ambassadebuurt Zamalek en drinken koffie in de luxe lounge van het Marriott Hotel, voorheen een paleis van Koning Farouk. Vlak in de buurt vindt Thomas aan de hand van zijn ‘Lonely Planet’ het bij de bewoners van Zamalek erg populaire restaurant Abu El Sid, waar zonder enig voorbehoud alcohol geschonken wordt en de bierpomp royaal opengezet wordt.

de westelijke woestijn van Egypte

De volgende ochtend worden we aan het hotel opgewacht door onze gids Tariq en de chauffeur Ragab met een 4-wheel drive Toyota Landcruiser. We starten onze desert safari. We passeren een verlaten en vervallen industrie van oliewinning. Daarna verdwijnt de bewoonde wereld steeds meer uit zicht. Een enorme leegte doemt er voor ons op. De eerste bestemming is de oase van Bahariya. In de hoofdstad Bawiti zijn recentelijk mummies gevonden. Bawiti is beroemd vanwege zijn dadels en olijven. Voor de zonsondergang rijden we naar de zwarte bergen voor een schitterend uitzicht over het gehele noordelijke gedeelte van de oase. We overnachten in het traditioneel met lokale materialen gebouwde Qasr El Bawiti Hotel en genieten van het woestijnlandschap. Een recente ontdekking in Bahariya is de dodenstad van de vergulde mummies, die we de volgende dag bezoeken.

zwarte woestijn

Het kampvuur in de koude nacht is aangenaam warm. Datzelfde kampvuur is ook onze keuken.

Een warm houtvuur in de koude woestijnnacht

We reizen de volgende dag verder door naar de Zwarte Woestijn, waar we voor de eerste keer overnachten in een tentje onder een ongelooflijke heldere sterrenhemel. Een inktzwarte koepel bezaaid met fonkelende diamanten in de meest fantastische formaties zweeft beschermend boven ons. Wij zijn hiermee getuige van een uitzicht dat, nagenoeg onveranderd, ook door de eerste woestijnbewoners, bewonderd werd. Het kampvuur in de koude nacht is aangenaam warm. Datzelfde kampvuur is ook onze keuken. Onze chauffeur Ragab blijkt een uitstekende kok, waardoor we onze comfortabele hotels probleemloos achter ons kunnen laten. De eerste avond wordt er een kip geroosterd en staat er frisse tomatensalade met plat brood en humus op het menu. Na het eten komen met de zoete zwarte thee de verhalen los en maken we nader kennis met elkaar. Tariq en Ragab blijken allebei een heel andere bevolkingsgroep uit Egypte te vertegenwoordigen met een onderling totaal verschillende levensstijl.

Tariq komt uit Cairo en Ragab uit Luxor, wat Upper Egypt – genoemd wordt. Het hooggelegen deel van Egypte vanwaar de Nijl naar het lager gelegen deel in het noorden stroomt. Tariq is met zijn 32 jaar naar Egyptische maatstaven al erg oud om nog ongetrouwd te zijn. Ragab vertegenwoordigt de oudere generatie. Hij is 52 en vader van vijf kinderen. Van oudsher bestaat er een soort van onderlinge rivaliteit tussen de ‘wijsneuzen’ van het ‘moderne’ Cairo en de eenvoudige boerenbevolking van Upper Egypte in het zuiden. De zuiderlingen worden dom genoemd omdat ze traditioneel willen blijven, terwijl de noorderlingen als modieus bestempeld worden, die met alle winden meewaaien. Het levert een eindeloos aantal moppen op, die lijken op de Nederlandse belgenmoppen. Zes dagen lang hebben Thomas en ik ons vermaakt met het gekrakeel tussen die twee.Toch wordt er ook weer broederlijk samengewerkt wanneer de omstandigheden daarom vragen, zoals dit YouTube filmpje duidelijk maakt.

witte woestijn

De zwarte woestijn is bedekt met laag zwarte aarde. Een overblijfsel van een vulkanische uitbarsting die miljoenen jaren geleden heeft plaatsgevonden. De restanten van een lavastroom en veel as liggen als een deken over de vlakte en over de bergen gedrapeerd. De zwarte woestijn gaat geleidelijk over in de witte woestijn.

Aan de rotsformatie hiernaast is het logo van het Nationale Park van de Witte Woestijn ontleend. Met een beetje fantasie is er gemakkelijk gemak een afbeelding van een kip onder een boom te herkennen. De witte woestijn is een surrealistische landschap doet denken aan andere planeten. Een enorm open terrein met bizarre, wit oplichtende sculpturen. De door wind uitgeslepen rotspartijen hebben de de loop der eeuwen de meest grillige en fantastische vormen aangenomen. Aan de rotsformatie hiernaast is het logo van het Nationale Park van de Witte Woestijn ontleend. Met een beetje fantasie is er gemakkelijk gemak een afbeelding van een  kip  onder een boom te herkennen. Tientallen kilometers lang trekken velden met de meest bizarre vormen aan ons voorbij, zoals het ‘championnen-veld’ en een ‘ice-cream area’. De fantasievolle namen van de verschillende gebieden zijn ontleend aan de vormen die er zich in aftekenen. Bij Cristal Mountain, waar de woestijn bezaaid is met kristallen komen we tot grote hilariteit van Tariq vast te zitten in het losse zand. Met vereende krachten, waarbij ook toevallig voorbijkomende landgenoten toesnellen, komen we er uit eindelijk uit.

Farafra oase

Ook de tweede nacht is weer een koud avontuur. Met een extra deken blijft het ook binnen in de slaapzak gelukkig net boven nul. We zetten de reis na het bonenontbijt voort naar Farafra, de volgende oase. Weldadig zijn de verschillende warm water bronnen of de ‘bir’, die genummerd van 1 tot 8   verspreid langs de oase-route van Cairo naar het zuiden ontspringen. Het is vloeibaar goud voor deze gortdroge gebieden, die zonder water nauwelijks te bereizen en zeker niet te bewonen zijn. Ook voor ons zijn ze een ware weldaad. We maken in Bir Sitta ( 6e bron ) en Bir Sabah ( 7e bron ) dankbaar gebruik van een warm bad in de open natuur om het woestijnstof van ons af te wassen. Op onze chauffeur Ragab hebben de baden een transformerende invloed; hij maakt een komisch Arabisch dansje in het zand en plonst met een bommetje in de heilzame water. Tijd voor ontspanning na een uren lange woestijnrit, waarbij hij onafgebroken geconcentreerd, vaak als enige weggebruiker, ons met zijn Toyota Land Cruiser zonder TomTom of enig ander navigatiemiddel door dit ‘niemandsland stuurt. Via de eindeloos lange, stille, geasfalteerde woestijnweg gaan we op weg van Farafra naar Dakhla, waar een locaal hotel geboekt is voor de twee volgende nachten.

Dakhla oase

Over ongebaande paden – off the beaten track – door zandduin velden bereiken we het oude plaatsje El Qasn in de oase van Dakhla. Het bijzondere en kleinschalige resort Badawiya Dakhla ligt in de onmiddellijke nabijheid van oude gedeelte van de oase. Wij zijn er de enige twee gasten. We betrekken er voor twee nachten een ruime kamer met een comfortabele badkamer. De airco blijft de de hele nacht doordraaien. Die doet nu dienst als verwarming en houdt de vertrekken behaaglijk op temperatuur. In de zachte kussens van de lounge stoelen op het buitenterras genieten we van de zon die in stilte ondergaat.

Nu nam Ragab de gelegenheid te baat om dat varkentje eens te wassen. Hij nam de tondeuse van de kapper maar al te graag over. En voor Thomas gold: wie geschoren wordt moet stil zitten.

De volgende dag gaan gaan Thomas en ik onder het (kappers) mes. Het is vrijdag dus de zaak is eigenlijk gesloten. Ragab kent de vader van de kapper en dat helpt. Zo worden zaken geregeld in Egypte, ook op vrijdag. Eerst gaat Thomas onder het mes. Ragab en ook Tariq helpen de plaatselijke kapper graag een handje om Thomas’ schedel glad te scheren. Ragab had nog een appeltje te schillen met Thomas. Toen hij per ongeluk de contactsleutels op de wagen had laten staan voor het restaurant waar we aten, ging Thomas en met de Landcruiser vandoor. Zijn Landcruiser is zijn ziel en zaligheid! Een ommetje door de stad was het balorige idee. Ragab was verbijsterd en keek mij aan. ‘Tja, je hebt de jeugd van tegenwoordig niet meer in de hand,’ moest ik nuchter vaststellen. Nu nam Ragab de gelegenheid te baat om dat varkentje eens te wassen. Hij nam de tondeuse van de kapper maar al te graag over. En voor Thomas gold: wie geschoren wordt moet stil zitten. Het was een grappige situatie waarbij de verschillende rekeningen onderling vereffend werden.

Bij het scheren hoort ook het epileren van de baardharen. Met een dun opgerold zijden draadje, dat de kapper aan een kant met zijn tanden vasthoudt, rolt hij behendig en razendsnel over de wang op en neer om de gezichtsharen uit het gelaat te trekken. Pijnlijke ontharing met een draadje.

Een Egyptische kapperssalon is vaak het toneel van hilarische toestanden. Roddel en achterklap doen het goed in de kapperszaak waar alleen mannen zich ophouden. De barbier zelf onthoudt zich daarbij – tactisch genoeg – van elke partijdigheid. Degene die onder het mes zit, moet het vaak ontgelden. Het is dé gelegenheid voor dorpsgenoten om elkaar onder een vergrootglas te leggen. Bij het scheren hoort ook het epileren van de baardharen. Met een dun opgerold zijden draadje, dat de kapper aan een kant met zijn tanden vasthoudt, rolt hij behendig en razendsnel over de wang op en neer om de gezichtsharen uit het gelaat te trekken. Een typisch Egyptische aangelegenheid maar tegelijk ook een behoorlijk pijnlijke schoonheidsbehandeling. Maar Egyptenaren zijn ijdel en trots op hun voorkomen. Zij besteden veel aandacht aan hun uiterlijk en ook hier geldt: Wie mooi wil zijn moet pijn lijden. En een ‘beetje macho’ kan wel wat pijn verdragen; ze hebben dat er graag voor over om er mooi en gladgeschoren uit te zien.
Ragab koopt een kip gekocht op de markt, die ter plekke geslacht wordt. Hij We eten die op bij de vader van de kapper, die een restaurant exploiteert.

Kharga oase

Na Farafra en Dakhla reizen verder door de westelijke woestijn naar de oase van Kharga. Hier bezoeken we de in stilte verlaten tempel van Hibis. Deze is recent gerestaureerd, desondanks zijn wij ook hier weer de enige bezoekers. Onderweg stoppen we bij een vallei met natuurlijk gevormde piramiden en de dorpjes Basjandi en Balat. De smalle straatjes zijn overdekt met rietmatten, die bescherming bieden tegen de brandende zomerzon. In de middag bezoeken we een christelijke necropool van Baghawat, die gebruikt werd van de 2e tot de 7e eeuw. Het is een dodendorp dat bekend is om zijn honderden tichelstenen grafmonumenten. Veel van de oude muurschilderingen zijn nog intact.

Bagawat is een dodendorp dat bekend is om zijn honderden tichelstenen grafmonumenten.

een doden-kapel in de necropool

 

Veel van de oude muurschilderingen zijn nog intact.

in de koepel zweeft een eeuwenoude duif in mooie aarde kleuren, symbool voor de voortlevende ziel

bronnen in de woestijn

In onze regio, de delta van de Lage Landen, is water in overvloed. Water is een bron van vruchtbaarheid voor land en gewassen. Alles groeit en bloeit door het water, maar vocht zet ook rottingsprocessen in gang. In een gortdroge woestijn wordt alles langer bewaard door de uitdrogende en steriliserende werking van een altijd verzengende zon. Voor de laatste overnachting in de woestijn rijden we naar de rand van de oase van Kharga. Hier ontmoeten we een familie die Ragab al enige jaren kent. De vrouw is weduwe en moet op het randje van de woestijn overleven met haar 7 opgroeiende kinderen. Drie volwassen zonen, waarvan er twee nagenoeg volwassen zijn en vier dochters waarvan de jongste eenvoudig weg Sabah heet: de Zevende! Naast het huis ontspringt Bir Tamania, bron nummer 8 die zorgt voor warm stromend water om het land te bevloeien. In haar tuin kookt Ragab ons avondeten. Daarna wordt er in de open lucht een houtvuur aangestoken, waaromheen wij ons in het gezelschap van het gezin scharen om ons warm te houden. Ik ontkom er niet aan om met de jongste drie meisjes te voetballen. De bal is weliswaar lek, maar dat mag de pret niet drukken.

Zo'n zandvlakte, waar niets groeit, niets bloeit en niets zichtbaars leeft geeft een dramatische aanblik. Onwaarschijnlijk en fascinerend tegelijk.

Voordat het echt koud en laat wordt, rijden we met de jeep de zandduinen in. Die liggen een kilometer of vijf achter het huis en het land van het gezin. Zo’n zandvlakte, waar niets groeit, niets bloeit en niets zichtbaars leeft geeft een dramatische aanblik. Onwaarschijnlijk en fascinerend tegelijk. Het heeft iets van een onbetreden en maagdelijk sneeuwlandschap weg. Met het verschil dat deze zandvlakte permanent is. Hier slaan we voor de nacht ons tentje op. Wanneer we aankomen is het nog aangenaam warm, het zachte zand onder onze blote voeten voelt aangenaam. Ondertussen loopt de jeep weer vast in het rulle zand. Maar dat is zo weer verholpen met speciale bandenrails, die in de bagage op het dak zitten. Voordat de zon ondergaat en het echt afkoelt genieten van de schitterende omgeving. In de nacht wordt het echt koud, rond het vriespunt. De volgende ochtend zijn we als ware woestijnbewoners vroeg op. Als de slaap uit onze ogen verdwenen is, worden we overweldigende door stilte en weidsheid.  De zon klimt verassend snel en krachtig op aan een glasheldere hemel. De temperatuur wordt al snel aangenaam is en een uurtje later is het weer heet.

De enorme zandbak roep het kind in ons wakker. Ragab dolt met de jeep door het woestijnzand en wij rennen jolig van de enorme zandheuvels naar beneden. Maar niet voordat Tariq dat eerst voorgedaan heeft. Zand in deze ongerepte hoeveelheden is absoluut een nieuw natuurelement voor ons.

afscheid van de woestijnfamilie

De eenvoud van hun leven en de hardheid van hun - in onze ogen - geïsoleerde bestaan op de rand van de woestijn laten een diepe indruk op ons achter.

Wanneer we terug zijn bij de ‘woestijnfamilie’ is de op een na oudste zoon al met ezel en kar op weg naar het stukje land waar hij groente op teelt. Een ingenieus stelsel van waterloopjes uit de warm water bron bevloeit het land.  Twee dochters staan keurig gewassen in schooltenue klaar om door de schoolbus op gehaald te worden. De school is zo’n 2o km verderop. Na een stevig bonenontbijt nemen we hartelijk afscheid van de woestijnfamilie. We worden nog lang na gezwaaid. De jongste kinderen lopen een tijdje hard mee met de auto. Totdat ze ons uit het oog verliezen zwaaien ze nog uitbundig. die ons nog lang uitzwaaien. De eenvoud van hun leven en de hardheid van hun – in onze ogen – geïsoleerde bestaan op de rand van de woestijn laten een diepe indruk op ons achter. Een ervaring, die we niet snel zullen vergeten. We zijn er stil van geworden. Met dit laatste bezoek sluiten we een bijzondere ervaring af. Drie nachten in een zee van zand onder duizenden sterren in de westelijke woestijn van Egypte staan in ons geheugen gegrift.

Een woestijn ervaring is vooral een ongeëvenaarde, bijna kosmische, stilte-ervaring. De onwaarschijnlijke dramatische verlatenheid en de onmetelijkheid laten een diepe indruk achter. We hebben daarbij – volgens Thomas’ digitale registratie – zo’n 1.500 km. afgelegd .

Luxor

Rond twee uur in de middag komen we in Luxor aan om voor drie nachten in te checken in het chique Old Winter Palace.

Aankomst bij Old Winter Palace in Luxor

Via Baris ( Egyptisch voor Parijs ) en Bagdad – deze officiële namen zijn een grap van de locale bevolking – aanvaarden we de tocht naar Luxor. We rijden langzaam maar zeker weer de bewoonde wereld in. Wanneer we in de buurt van de Nijl komen, wordt het land groener. Het is de tijd dat het suikerriet geoogst wordt. Lange rijen van vrachtwagens, tot de nok beladen met suikerriet, vormen kilometers lange files voor de suikerfabriek. Het kan dagen duren voordat die gelost worden. De aanblik van zoveel rijke oogst roept beelden op van de ‘de zeven vette jaren’ uit Bijbelse tijden.
Rond twee uur in de middag komen we in Luxor aan om voor drie nachten in te checken in het chique Old Winter Palace. Het contrast met de woestijn kan niet groter zijn. Ongewassen en niet geschoren zijn we voor de gelegenheid niet gekleed. De gastvouw die ons ontvangt is verbaasd over onze rondtoer. Ze begrijpt niet dat wij zo lang door de woestijn gereisd hebben. ‘Daar is toch niks te vinden,‘ vindt zij.

Luxor is een illuster oord, dat al sinds onheuglijke tijden een heel aangenaam verblijf in de wintermaanden garandeert met gemiddelde temperaturen van tussen de 20 en 25 graden. Tijdens de hete zomers waait er hier aan de Nijl een zachte verkoelende bries. Van het feit de farao’s dat al wisten getuigt Karnak. Karnak is het grootste antieke tempelcomplex ter wereld. Op de westelijke nijloever werd in 1922 het tot dan toe ongeschonden graf van Tut Ankh Amun door Howard Carter werd gevonden en geopend. Tussen de nog steeds bewoonde modderstenen dorpjes bevinden zich talloze graven van de hofhouding van de farao’s. Het Dal der Koningen, het Dal der Koninginnen en het Dal der Edelen is een toeristische attractie van de wereldformaat. De exploitatie van deze attracties vertonen steeds meer Disney-world-achtige trekken, compleet met treintjes en shopping routes.

herdenking van de Arabische Lente in Cairo

De dag waarop wij hier aankomen, 25 januari 2012, is een bijzondere dag voor Egypte. Op die dag startte verleden jaar de revolutie op het Tahrir-plein, die op de 28ste januari uitliep op veel geweld, waarbij er vooral jonge mensen sneuvelden. Zij worden martelaren van de revolutie genoemd en om hen te eren wordt vandaag op 25 januari het begin van de revolutie gevierd met een herdenking aan hen. De mensen, die wij daarover spreken zijn blij met de revolutie en opgelucht met de val van dictator Moubarak, maar lijden er financieel onder dat er al een jaar geen toeristen meer komen. Er wordt gesproken over een bijeenkomst van wel een 1.000.000 mensen op het Tahrir-plein in Cairo. Het mooie en indrukwekkende ervan is dat er nu geen sprake is van enig geweld.

Er wordt gesproken over een bijeenkomst van wel een 1.000.000 mensen op het Tahrir-plein in Cairo. Het mooie en indrukwekkende ervan is dat er nu geen sprake is van enig geweld.

Tahrirplein 25 januari 2012 – een jaar na de revolutie

De krantenfoto van de vreedzame demonstratie/herdenking op Tahrir-square in Egypte kreeg ik van Wiet.

Wij volgen de gebeurtenissen nauwlettend – vanuit een luxe positie – in onze gigantische kamer van het Winter Palace op een 120 cm flatscreen. De afmetingen van het beeldscherm zijn aangepast aan de afmetingen van de kamer. De volgende ochtend trekken we de zware draperieën open en kijken vanaf ons terrasje uit over een enorme tuin met met fruit-, palmbomen en fonteinen. Zo zon schijnt royaal en aangenaam. We komen erachter dat we op dezelfde gang als Sarkozy geslapen hebben. Tijdens een uitgebreid ontbijt buffet worden we door vier verschillende rangen personeel bediend, die ons voorzien van allerlei culinaire verassingen. Het traditionele bonen-ontbijt is deze keer een exclusief bijgerecht .

Van Tariq hebben we de vorige namiddag al afscheid genomen. Hij is nu met de trein op weg naar Cairo, een rit van 12 uur. We hebben foto’s laten ontwikkelen voor Ragab. Hij woont op de west oever van de Nijl. Om hem te bezoeken steken we met de ferry de rivier over. Dat is nog een hele klus, want de eigenaren van motorbootjes proberen ons wijs te maken dat de ferry voor de locale bevolking is. Toeristen zouden zich met hun privé bootjes moeten laten overzetten. We vinden Ragab al snel aan de overkant van de Nijl. Hij is blij met de foto’s. Een vriend wil het memory kaartje ervan om de foto’s van onze woestijn safari op zijn website te laten zetten. Dezelfde ochtend zijn ze al op de site van Villa Bahri te zien, klik daarvoor op ‘A Desert Adventure’ aan de linker zijde.

felucca zeiltocht over de Nijl

Via Ragab wordt een zeiltochtje naar het bananeneiland in de Nijl met een traditionele felucca georganiseerd. Hoewel het geen bananenseizoen is worden we toch gastvrij onthaald en op een tros met typische kleine ( Chiquita? ) banaantjes getrakteerd. We laten ze ons toch goed smaken. Onderweg zien we een aantal waterbuffels – ze heten hier gamouza – in de Nijl zwemmen en tegen de avond aan de wal klimmen, zoals te zien is op het filmpje aan het begin. Ze hebben overdag op een eiland in de rivier gegraasd.

Felucca tocht tijdens zonsondergang in Luxor tijdens westelijke woestijn reis door Egypte

Felucca tocht tijdens zonsondergang in Luxor

Voor het avondeten worden we bij Ragab thuis uitgenodigd. Zijn vrouw heeft uitgebreid met veel vlees gekookt. Dat wordt vooral gedaan om hun royale gastvrijheid te betonen en om de gasten een plezier te doen. We zitten daarbij traditioneel op de grond. Zijn vrouw, moeder of dochters krijgen we niet te zien. Zijn zoon van 15 jaar mag er kennelijk wel bij zijn.
Daarna laat hij het huis zien, wat hij aan het bouwen is. Dat ligt pal naast zijn eigen woning. De ruwbouw wordt afgewerkt en ingericht wanneer hij het geld ervoor heeft. Daar heeft hij omgerekend  nog zo’n 3.000 euro voor nodig. Hij spaart ervoor en verwacht binnen twee jaar het geld als free-lance chauffeur verdient te hebben, maar dan moet de toeristenstroom wel weer op gang komen. Wanneer hij over een jaar of wat de nieuwbouw betrekt, dan gaat zijn broer met zijn eigen gezin het ouderlijk huis bewonen. Ragab is terecht trots op de nieuwbouw, die voor Egyptische begrippen erg degelijk wordt uitgevoerd. Het wordt een riante woning met balkons en een groot terras. De beneden verdieping is min of meer publiek, terwijl er voor de vrouwen, naar ’s lands wijs en ’s lands eer, een aparte toegang naar de eerste etage beschikbaar komt.

Bij het afscheid van Ragab en zijn zoon spreken we wens uit hen nog eens te ontmoeten. Op de terugweg naar de oost oever van de Nijl nemen we samen met enkele locals een klein motorbootje in plaats van de ferry, die later in de avond avond minder frequent vaart. Je dient immers iedereen de penning te gunnen, nietwaar?

Qena Ma-anna

De laatste dag is aangebroken. We hebben een afspraak om 2 uur met Ali om naar Ma-anna, bij Qena, te gaan. Direct na het ontbijt hebben we de ochtend vrijgehouden om in de comfortabele ligbanken aan het weldadig verwarmde ( 25 graden ) mega-zwembad ongegeneerd in de zon te gaan liggen. We genieten ervan zolang het nog kan, denkend aan hoe Holland zich meestentijds in de maand januari presenteert.
Stipt op 14.00 uur wacht Ali ons op onder aan de trappen van het Winter Palace. Ali is taxichauffeur die voor het Sofitel van Karnak gestationeerd is en waarmee ik al enkele keren eerder, bij vorige bezoeken aan Luxor, naar Qena gereden ben. Qena ligt 60 km ten noorden van Luxor, ook aan de Nijl. Het is een plaats met zo’n 60.000 inwoners. Tussen Qena en de oostelijke woestijn ingeklemd ligt het gehucht Ma-anna.

In de tijd dat ik daar in een revalidatie centrum voor twee jaar meegewerkt heb aan het opstarten daarvan vormde het nog een zeer sociaal samenhangende gemeenschap van enkele duizenden inwoners, met kraan voor schoon water op een zandpleintje te midden van de voornamelijk in mud-stenen opgetrokken woningen, waartussen vastgetreden zandwegen slingerden.

In Luxor gaan we eerst snel even eten in een kusheri, dat is een traditioneel soort snelrestaurant, waar slechts één gerecht wordt opgediend voor een, in onze ogen, onmogelijk lage prijs. Je kunt er kiezen tussen de hoeveelheden: weinig, middelmatig en veel. We eten er samen voor nog geen 5 euro inclusief een frisdrankje. Ali heeft geen honger en raadt ons aan niet te veel te eten omdat Fathi ongetwijfeld voor een copieuze maaltijd met veel vlees gezorgd heeft. Hij wacht buiten op ons – ook zo’n ongekende luxe. De rit van 60 km naar Qena roept bij mij een prettige herinnering. Onderweg trekt het landelijke leven aan ons voorbij. Het is het seizoen, waarop suikerriet geoogst wordt. Ook zijn we getuige van het locale kamelenvervoer.

Het plan is eerst Fathi thuis te bezoeken, die in tijd dat ik daar werkte chauffeur voor patiëntenvervoer van het revalidatie centrum was en voor wie ik een zwak had, omdat hij de jaren dat ik daar werkte zo innemend gastvrij en vriendelijk was. Ook nu weer is de ontmoeting met hem, zijn vrouw en drie, wat verlegen dochters, ongekend hartelijk en voor mij ook wel emotioneel. Het is weliswaar 23 jaar geleden en in de tussen tijd heb ik hen misschien 7 of 8 keer bezocht maar de begroetingen zijn steeds weer even warm als welgemeend. Ali heeft Fathi de vorige dag bericht dat wij er aan komen, maar de ontmoetingen zijn toch steeds weer een grote verrassing. Voordat we bij hem binnen gaan rijden we naar het revalidatiecentrum, dat is vijf minuten verder. Daar zijn ze niet op de hoogte van onze komst.

El-Hakim revalidatie centrum Ma-anna

De wegen er naar toe zijn geasfalteerd en breder geworden, de modderstenen huisje hebben plaats gemaakt voor huizen van echte bakstenen met stromend koud en warm water en elektriciteit. Ma-anna is mee opgenomen in de vaart der volkeren, waarmee het duurder, veel duurder is geworden om er te leven. De mensen kunnen nu in de huisjes – zonder tuin –  waarin ze wonen zelf geen groenten meer verbouwen en geen kippen of een buffel houden, die hen van melk en eieren voorzien. Fathi heeft, zoals nagenoeg iedereen hier te eten, gaat gekleed en heeft een dak boven het hoofd. Het enige gemak wat hij heeft is een – gezien het klimaat – noodzakelijke koelkast. Het enige vermaak is van de meeste gezinnen is een televisie – ook dat is geen overbodige luxe hier. Men heeft verder geen enkele reserve; men over-leeft van de ene dag in de andere. Dat maakt hun royale gastvrijheid zo onnoemelijk innemend. Fahti deelt bij onze aankomst onmiddellijk pakjes sigaretten uit – een gewoonte waar in deze omgeving niet aan te ontkomen valt – van een merk, dat hij zichzelf van zijn levensdagen niet zal permitteren. Zijn vrouw en drie dochters zijn, zoals altijd, even hartelijk en blij met ons weerzien. Hij dient ons bij de maaltijd meer vlees op dan zij zelf in de hele week eten. De maaltijd – zonder vrouwen – wordt op de grond opgediend. Ik wil het liefst na het eten komen, om hen de kosten te besparen, maar dat is met geen mogelijkheid te bespreken.

Ik ben blij verrast te zien dat het centrum nog operationeel is. Het is er binnen schoon en de toiletten zijn behoorlijk proper. Het is aangekleed met fraaie gekleurde muurschilderingen en alles heeft een verfje gekregen. We worden wederom uitermate hartelijk ontvangen.

De ontmoetingen met de mensen, die 23 jaar geleden ook al werkten in het El-Hakim revalidatiecentrum, is emotioneel.

El Hakim centrum met Fathi, Ali en dr. Abdul

De ontmoetingen met de mensen, die 23 jaar geleden ook al werkten in het El-Hakim revalidatiecentrum, is emotioneel. We worden omhelst en gekust, zoals dat gebruikelijk is. Thomas wordt vanuit de mijn vroegere verhalen door sommigen medewerkers herkend. We moeten natuurlijk meteen thee drinken en krijgen van dr. Abdul zelfs een inderhaast gekocht cadeautje. Ons bezoek is onaangekondigd, omdat ik nooit weet of gemaakte afspraken nagekomen kunnen worden. Deze gebruikelijke Inch Allah of Als God het wil gedachte is gemeengoed in heel Egypte. Het pakt altijd goed uit, want je bent altijd welkom. We krijgen een rondleiding door het hele centrum en bezoeken op de verdieping de kamer waar ik twee jaar onder een muskietennet geslapen heb.
A room with a view op een onmetelijke uitgestrektheid woestijn die tot aan de De Rode Zee, met badplaatsen als Hurghadda, doorloopt. Het eind van de reis is voor mij een en al herkenning. Na al die jaren komen de gevoelens en ervaringen van die tijd op deze lokatie weer boven.  Voor Thomas is het leuk te zien hoe de voorstellingen, die hij ervan gemaakt heeft uit mijn verhalen, overeenkomen met de werkelijkheid.

De befaamde moskee van Qena - Egypte reis door de woestijn

De befaamde moskee van Qena

Mijn twee-jarig verblijf in dit revalidatie centrum was de aanleiding van deze reis. De reden om deze reis met mijn zoon te maken is, dat Thomas er nooit  fysiek geweest was, terwijl hij er in zekere zin toch altijd deelgenoot van is geweest. Deze middag beantwoordde volledig aan de opzet van onze in alle opzichten geslaagde reis. Wat wij, als vader-zoon, in de jaren 1989/190/1991 niet samen hebben kunnen doen is hiermee behoorlijk goedgemaakt. Op de vlieghaven van Cairo zond Thomas naar zijn vrienden in zijn digitale media netwerk het bericht: “Flying home after an awesome city ( Cairo – Luxor ) and desert trip“.