Congo 2017-10-21T23:09:14+00:00

kaart van Congo:


Grotere kaart weergeven

De beide staten Congo-Kinshasa en Congo-Brazzaville ontlenen hun naam aan de rivier de KONGO. Van 1971 tot 1997  heette Congo-Kinshasa Zaïre. In die tijd werd de Kongo ook de Zaïre-rivier genoemd. De twee belangrijkste steden aan de Kongo zijn Brazzaville en Kinshasa. De huidige omvang van de Democratische Republiek Congo heeft de afmeting van geheel West Europa.

de loop van de rivier de Congo

De Kongo (ook wel Congo) is na de Nijl de langste en waterrijkste rivier van Afrika en maakt deel uit van het Kongobekken. Hij stroomt door het op één na grootste regenwoudgebied ter wereld. De rivier vormt een belangrijke scheepvaartverbinding voor Centraal-Afrika. De Kongo heeft het op twee na grootste debiet ter wereld en het op één na grootste stroomgebied, 3.680.000 km² groot met een oppervlakte van 2.345.000 km².
De rivier ontspringt in het zuiden van Congo, de provincie Katanga in Congo-Kinshasa met als bron de rivieren Luapula en Lualaba. Zij mondt aan de grens met Angola uit in een 40 kilometer brede baai aan de kust van de Atlantische Oceaan. Als Kongo-zeestroom zet hij zich nog 150 kilometer in een rotsachtige bedding onder het zeewater voort. De monding van de Kongo werd in 1482 ontdekt door de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo Cão. Hij  merkte dat het zeewater ineens zoeter werd. Waar er een instroom van zoet water was, moest dus een uitmonding van een rivier zijn. In 1816 voer een Britse expeditie de rivier op tot Sangila. Henry Morton Stanley was de eerste Europeaan die de gehele rivier verkende. Hij kon ten slotte vaststellen dat de Lualaba, in tegenstelling tot wat werd aangenomen, geen bron van de Nijl was.

De Kongo, ook wel la Fleuve genoemd,  is te verdelen in een Bovenloop: Van de bron tot Kisangani – Middenloop: Van Kisangani tot Kinshasa – Benedenloop: Van Kinshasa tot Matadi Kongo-zeestroom. Belangrijke steden aan la Fleuve zijn: Boma – Bumba – Brazzaville – Kinshasa – Kisangani – Matadi – Mbandaka.

watervallen bij Christalbergen

watervallen bij Christalbergen

De Kongo is 4373 kilometer lang en bevat een grote hoeveelheid stroomversnellingen in haar loop. De lengte van de rivier is  4667 kilometer als ook de Chambeshi wordt meegerekend, die via de Lualaba in de Kongo stroomt.  Naast stroomversnellingen bevinden er zich ook talloze watervallen in de loop van de rivier, waaronder de Livingstonewatervallen. Deze laatste maken zeescheepvaart op de rivier onmogelijk. Zo zijn er bijvoorbeeld tussen Kinshasa en Matadi alleen al 38 watervallen. In de buurt van Kisangani en tussen Kinshasa en Matadi zijn er spoorwegen aangelegd om deze watervallen te kunnen passeren.  Van de 4.373 kilometer van de Kongo is circa 3.000 kilometer bevaarbaar. Over dit traject vormt een zij een belangrijke inlandse scheepvaartverbinding. Veel transport in Centraal-Afrika vindt via de Kongo plaats; onder andere van koper, palmpitten, suiker, koffie en katoen.Daarnaast voedt hij de Inga-dam, die ‘witte stroom’ opwekt.

Het oosten van Congo herbergt het oudste natuurpark van Afrika, het Virunga Nationaal Park, dat vooral bekend is vanwege de tamelijk grote populatie mensapen, de zeldzame berggorilla’s.

In het midden van de 19e eeuw was Centraal Afrika voor Europa nog vooral Terra Incognita. Een reusachtig ‘onbegrensd’ gebied, waar het bestuur en de maatschappelijke organisatie lokaal geregeld werd. De ontmoeting ( in 1871 ) van Henry Morton Stanley met de verloren gewaande arts, zendeling en ontdekkingsreiziger Livingstone veranderde dit.  Stanley had Livingstone ‘gevonden’ aan de oever van het Tanganyika-meer. Dit was voor de kranten, de New York Herald en de Daily Telegraph de aanleiding om aan Stanley de opdracht te geven Centraal Afrika van oost naar west door te steken. Hij bracht het Victoria meer en het Tanganyika meer in kaart.  En hij was de eerste Europeaan die de Congo in zijn gehele bevaarbare traject afvoer. Daarmee werd de tot dan toe ongekende en ingewikkelde waterlopen van de Nijl en de Congo, de twee grootste Afrikaanse rivieren, onderscheiden en vastgesteld.

Congolese slaven

Congolese slaven

Deze onderneming had vérstrekkende gevolgen voor geheel Centraal Afrika. Het binnenland van Congo – het hart van Afrika – werd hiermee open gelegd. Met zijn in kaart gebrachte doorsteek over de de Congo rivier had Stanley tevens de weg opengelegd voor voor de economische interesse van het westen. Niet alleen met name die van de Belgische koning Leopold II ( Congo-Vrijstaat 1885-1908 ), maar evenzo voor Afro-Arabische slaven- en ivoorhandelaars uit het oosten ( Zanzibar, Oman en Egypte ). Het gebied werd langzaam maar zeker in kaart gebracht en exploitabel! Heel centraal Afrika werd met deze ontdekkingen interessant voor de zelfbewuste Europese staten. Juist in die tijd ging het groeiend nationalisme en de ontluikende industrialisatie in Europa ging gepaard met alsmaar toenemend mercantilisme. De Europese mogendheden vonden in Afrika mogelijkheden tot kolonisatie, exploitatie van de inheemse producten en nieuwe afzet gebieden voor groeiende industrieën.

Onder leiding van Bismarck kwamen de grootmachten van Europa in Berlijn bijeen om de invloedssferen in Afrika onderling te verdelen. Dit vond plaats tijdens de Conferentie van Berlijn, die van 25 november 1884 tot 26 februari 1885 plaatsvond. Leopold II kreeg merkwaardigerwijs het gehele stroomgebied van de Kongo, onder de naam van Congo-Vrijstaat, als privé bezit toegewezen.

De bedoeling was, dat hij de toenemende slavernij een halt zou toe roepen. Hij exploiteerde aanvankelijk alleen de ivoorhandel. Later exploiteerde hij de handel in rubber. Bij de opkomst van fietsen en automobielen, die op opblaasbare rubberbanden – een uitvinding van John Boyd Dunlop ( 1840 – 1921 ) – gingen rijden, werd de handel in rubber zeer lucratief. Hierbij werd de lokale bevolking genadeloos uitgebuit. Rubber werd als staatsbelasting geheven, een strategie, die de plaatselijke landbouw activiteiten van de lokale bewoners ondermijnde. De boeren, die op hun eigen landje in hun onderhoud konden voorzien, moesten noodgedwongen op de rubberplantages gaan werken. De heersende sociale structuren werden met geweld vernietigd ten gunste van economische belangen van Europese grootmachten. De gruwelen die daarbij plaatsvonden, drongen vanaf 1900 door in Europa. Vanaf die tijd af werd er veelbetekenend gesproken van ‘rood rubber’!

Op 15 november 1908 moest Leopold II onder de toenemende internationale druk afstand doen van zijn lucratieve speeltuin. Hierin draaide het om monopolie-economie, dwangarbeid en Middeleeuwse horigheid. Congo-Vrijstaat werd overgedragen aan de Belgische staat en heette van toen af aan Belgisch Congo. Aan het begin van de 20ste eeuw bleek de economische ontginning van Congo nog veel interessanter te worden dan de biologische rijkdommen – ivoor en rubber – van de 19e eeuw. 

koloniale propaganda in 1920

koloniale propaganda in 1920

Er werd hoogwaardige diamant gevonden in Kasai. Er bevonden zich onwaarschijnlijke kopervoorraden in Katanga, goud in Kilo en Moto. Shinkolobobwe werd de belangrijkste leverancier van uranium. Daarnaast werden al snel zink-, kobalt-, tin-, wolfraam-, mangaan-, tantalium- en steenkoolvelden ontdekt en geëxploiteerd. In de tijd dat de mobiele telefonie opkwam bleek Congo over immense hoeveelheden coltan, een onmisbare grondstof voor het ‘mobieltje’, te beschikken. De tragiek van Congo is dat niets van de reusachtige winsten, die daarbij gemaakt werden, ten goede kwam aan de lokale bevolking, die het kostbare goedje met handwerk uit de grond haalde. Voor België en Europese investeerders was het industrieel kapitalisme lucratief, maar tevens meedogenloos inhumaan en uitbuitend voor de Afrikaanse arbeiders.

William Lever begon in Congo grootschalig met het produceren van palmolie, de grondstof voor Sunlightzeep. In de uitgestrekte natuurgebieden met wilde palmoliebomen hakten de Congolezen traditioneel met de machete de trossen noten uit de bomen. De palmpitten werden in immense hoeveelheden verscheept naar de geïndustrialiseerde landen. Het werd de start van de uiterst succesvolle multinational Unilever.

De exploitatie van de natuurlijke bronnen vroegen om veel handen, de handen van lokale arbeiders. De lokale kleinschalige economie stortte in. Mannen, vrouwen en kinderen werden als slaaf geronseld en trokken weg uit de dorpen en weg van hun landjes waarmee zij al tijden in hun eigen onderhoud voorzien hadden.

In al die vaak hardhandige repressie groeide ook de behoefte aan vrijheid; het vormde de kiem van de strijd om economische en politieke onafhankelijkheid. Onder meer in de vredelievende religieuze beweging van het spirituele kimbangisme vonden veel Congolezen erkenning van hun oorspronkelijke identiteit. De bevolking vond troost en steun bij een messiaanse belofte, waarbij volksgenoten een goddelijke status kregen. Sociaaleconomische onrust kanaliseerde zich in meer en andere (volks)religieuze – en ideële bewegingen. Bij de koloniale onderdrukking daarvan groeide radicalere stromingen uit tot weerbarstige en uiteindelijk tot gewelddadige verzetshaarden tegen de koloniale overheersers. Het ngunzisme en het mpadisme of khakisme waren openlijk antikoloniaal. Talrijke religieus getinte bewegingen en sekten, die ook een politieke agenda hadden, zagen het licht en verspreidden zich over geheel Congo.

Zowel in de eerste als Wereld Oorlog II, maakt het Congolese leger, als Force Publique ( FP ), zich erg verdienstelijk. Hoewel het feitelijk gesproken in geen van beiden gevallen hun oorlog was, streed de Force Publique heldhaftig en succesvol tijdens WO I aan Belgische en en in WO II aan geallieerde zijde. De FP was in beide oorlogen succesvoller gebleken dan het Belgische nationale leger. Voor die loyaliteit betaalde Congo een hoge prijs met grote verliezen aan manschappen.
Na de WO II bleek België voor de wederopbouw van haar land, Congo harder nodig te hebben dan dat de Congolezen de Belgen nodig hadden. In 1946 werd in het Handvest van de Verenigde Naties gesteld dat de ‘niet autonome territoria’ – in rechtschapenheid en belangeloosheid! – begeleid dienden te worden naar politieke, culturele en economische zelfstandigheid. Vanaf 1949 zou België de infrastructuur van de kolonie op alle gebieden inhoudelijk en met eigen mankracht gaan moderniseren. De Belgische expatriate community zocht ernaar, maar vond echter geen aansluiting bij de lokale bevolking. In de jaren -50 ontstond er met de évolué’s een nieuwe Congolese sociale klasse met eigen muziek en een eigen, onderscheiden cultureel leven.

De muziek van de band ‘African Jazz’ was in die tijd razend populair.

Het Congolese besef van gelijkheid en gelijkwaardigheid aan België groeide met de dag. Het werd aangewakkerd tijdens de koloniale verbroederings-pogingen van België. Dit leidde tot een steeds dringender behoefte aan eigenstandigheid op politiek en economisch gebied. Te snel werd 30 juni 1960 de Congolese onafhankelijkheid van België een feit. Politiek was de nieuwe Democratische Republiek Congo onvolwassen en economisch gekortwiekt. De vogel kon niet vliegen. Kasavubu werd de eerste president en Patrice Lumumba zijn premier.

Geen land ter wereld heeft zoveel bodemschatten als de Democratische Republiek Congo. De bodemvoorraad aan ruwe grondstoffen heeft een geschatte waarde van 24.000 miljard dollar. De Congolezen bezitten een-derde van de wereldvoorraad diamant. Geteisterd door slavernij, kolonisatie, corruptie en oorlogen, is Congo tot op heden één van de armste landen ter wereld. Het land heeft mondiaal de laagste levensstandaard en levensverwachting. Naast België hebben ook Groot Brittannië en andere economische grootmachten zich mateloos aan het land verrijkt. Zonder ook maar iets te doen aan de opbouw van een gezonde infrastructuur of mee te werken aan de politieke, administratieve  en economische stabiliteit van het land werd het land uitgebuit. Het ontbreken van een solide nationale organisatie is mede een oorzaak van de welig tierende corruptie en het voortduren van een gewelddadige machtsstrijd om de rijkdom van het land..

congoVooraf gaande informatie over het ontstaan van Congo is grotendeels – soms letterlijk – ontleend aan het indrukwekkende epos CONGO een geschiedenis van David van Reybrouck. Hierin fileert de auteur aan de hand van zeer leesbare verhalen van autochtone ooggetuigen, zorgvuldig, indringend en met een scherp oog de vele misstanden. Met Cartesiaanse planmatigheid heeft het westen en, met name België, op alle terreinen van de samenleving in het stroomgebied van de Congo huis gehouden.

Een zeer aanbevelingswaardig boek voor ieder met interesse voor de Europese koloniale activiteiten in de 19e eeuw en met bijzondere belangstelling voor de geschiedenis van Congo.
( Copyright © David van Reybrouck, 2010, De bezige Bij, Amsterdam, ISBN 978 90 234 58661 )

Al ruim een eeuw eerder, vóór het boek van Van Reybrouck, verscheen in 1899 het verhaal van een moeizame tocht stroomopwaarts over de Kongo, naar de nog niet in kaart gebrachte “donkere” binnenlanden van Afrika ten tijde van het imperialisme.  Heart of Darkness (Hart der duisternis) een novelle van Joseph Conrad is een klassieker. ( ISBN10 902 04 08240 / ISBN13 978 90 204 08249 ).